Persbericht van mr. I.N.Weski

d.d. 11 januari 2020

inzake: berichtgeving rond uitlatingen advocaat Nabil B in telegraaf van heden.

==

Naar aanleiding van uitlatingen van de advocaat van Nabil B in een artikel in de Telegraaf van heden ben ik genoodzaakt op de daarin onware, lasterlijke en opruiende berichtgeving te reageren ter voorkoming van de verdere verspreiding daarvan. Helaas hebben sommige media die berichten al overgenomen zonder mij om commentaar te vragen.

Ten onrechte wordt in het artikel gesteld als zou ik persé de namen van de anonieme advocaten wensen. Ik heb slechts gewezen op het feit, dat de wet die optie niet kent, maar ook heb ik gesteld tegenover de rechter-commissaris afgelopen maandag, dat wat mij betreft die advocaten anoniem mochten blijven, maar wel zichtbaar eventueel gegrimeerd en onherkenbaar tijdens de ondervraging van hun cliënt moesten zijn teneinde hun interactie met de getuige tijdens de ondervraging te kunnen beoordelen op eventuele beïnvloeding. Dat dit verzoek zo is geformuleerd door mij en overigens ook door andere raadslieden bij de rechter-commissaris is bekend bij die advocaat. De advocaten van Nabil B waren immers per video bij de discussie van de verdediging over dit onderwerp met de rechter-commissaris.

De vraag is dus ook waarom die advocaat de cliënt dan kennelijke onwaarheden vertelt over mijn verzoeken aan de rechter-commissaris en vervolgens deze laat publiceren in de Telegraaf. En dan blijkbaar uitspraken van die cliënt over een vuurpeloton uitlokt. In dat kader wijs ik ook op de wettelijk al bijzondere anonieme positie van die advocaat in het licht van het opmerkelijke feit, dat deze advocaat zich met redelijk vergaande details rond zijn/haar persoon tot de pers heeft gericht en daar in persoon besprekingen mee voert.

Onbegrijpelijk is dat deze advocaat in de Telegraaf de onjuiste indruk wenst te wekken, al of niet namens zijn cliënt, als zou ik voortdurend de pers opzoeken. Zo werd maandenlang door dezelfde journalist van den Heuvel van de Telegraaf in detail beschreven inmiddels gebleken onwaarheden verspreid, waarbij hij zich zelfs beriep op bronnen binnen justitie, namelijk als zou mijn cliënt Ridouan T in Iran verblijven. Dat valse gerucht moest uiteraard door mij internationaal worden weersproken. Dubai moest blijkbaar op basis van die desinformatie rond cliënt en Iran worden misleid tot medewerking aan de arrestatie en het Marengo-onderzoek, misleiding met voor velen vergaande gevolgen.

De verklaringen van de kroongetuige zijn destijds kennelijk al voor verstrekking aan de verdediging naar leden van de pers gelekt. Daarmee kon een ieder precies lezen hoe die verhoren zijn verlopen en wat voor rol de raadslieden van Nabil B daarin hadden. Dan kan ook worden geconstateerd, dat Nabil B zelf verklaringen lang spreekt over het door hem zelf gebezigde woord: “gepuzzel”. Namelijk, dat hij samen met de politie en soms met zijn toenmalige raadslieden “puzzelt” over wat PGP berichten dan betekenden, wie daarmee zou worden bedoeld en wie bij voorbeeld op een foto afgebeeld zou kunnen zijn. Hij spreekt bovendien over het van te voren ter voorbereiding op verhoren van de politie opgegeven krijgen van de vragen die de politie hem zal gaan stellen. Voor de verdediging was uiteraard van groot belang in het kader van een oordeel over de betrouwbaarheid van zijn verklaringen om te kunnen nagaan wat nu zijn werkelijke bronnen van wetenschap waren.

Zijn eigen wetenschap of die van zijn “medepuzzelaars”. Bovendien wilde de verdediging uiteraard weten aan de hand van welke stukken dit “puzzelen” dan had plaats gevonden. Die stukken waaroverin die verklaringen wordt gesproken, bevinden zich namelijk niet in het dossier. In dat licht is de stelling van die advocaat in de Telegraaf niet anders dan pure en onverklaarbare opruiing en laster als zouden advocaten in het onderzoek Marengo medeverantwoordelijk zijn voor de dood van Mr. Wiersum. Een ongegronde en vergaand lasterlijke beschuldiging.

Geconcludeerd moet helaas worden, dat deze advocaat kennelijke onwaarheden spreekt en daar nog lasterlijkheden en opruiing aan verbindt in strijd met maatschappelijke en rechtstatelijke belangen en waarden en dat deze tezamen met deze journalist van de Telegraaf kennelijk willens en wetend een vals beeld verspreiden in dit artikel. Deze journalist van de Telegraaf had ik nog voor publicatie van dit artikel aangeraden bij de rechtbank te verifiëren dat die advocaat onwaarheden sprak. Dat heeft de journalist kennelijk niet willen doen. Ik heb inmiddels ook het TV programma RTLBoulevard, dat aankondigde dit artikel in de Telegraaf te behandelen, voorgehouden in ieder geval die leugens, laster en opruiing niet nog verder te verspreiden.

Gelet op al het voorgaande kan ik niet anders dan mij tot de Deken van de Orde van Advocaten wenden met een klacht tegen die advocaat, een gegeven, dat ik normaliter niet in een persbericht had willen noemen. Tot nu heb ik slechts steeds getracht ter zitting mij uit te spreken en niet daarbuiten, maar kan helaas niet alle ernstige misverstanden of desinformatie rond dit Marengoproces publiekelijk onbesproken laten.

I. N. Weski

 

Persbericht van mr I.N.Weski

d.d. 7 januari 2020

inzake: berichtgeving rond aanhouding en verblijf van cliënt Ridouan Taghi.

==

Naar aanleiding van berichten in media over cliënts proceshouding en diens verblijfplaats voorafgaand aan zijn arrestatie in de VAE/Dubai merk ik voor de goede orde het volgende op ter voorkoming van de voortzetting van kennelijk onjuiste berichtgeving.

In media werd ten onrechte gesteld, dat cliënt zou hebben bekend. Dit heeft niet plaats gevonden. Cliënt is zelfs tot op heden niet door het onderzoeksteam ondervraagd.

In media is in de afgelopen maanden kennelijk ten onrechte en nota bene met een beroep op bronnen binnen justitie gesteld, dat cliënt onder bescherming van de autoriteiten in Iran zou hebben
verbleven en dat hij op een Iraans “glamour/ party”eiland zou verblijven, waarbij allerlei aanvullende details rond contacten met Iran door sommige media werden gepubliceerd.

Zoals echter ook uit onderzoeksbevindingen na cliënts arrestatie blijkt, heeft cliënt sinds 25 december 2016 ononderbroken in Dubai verbleven en is geen sprake geweest van ooit verblijf in
Iran. Geconcludeerd moet dan ook worden, dat deze in media gepropageerde Iranconnectie zonder meer misleidende informatie over cliënt ook voor Dubai/VAE moet zijn geweest.

Mede vanwege de nog geldende beperkingen voor cliënt zal ik vooralsnog niet in kunnen gaan op de overige actuele gebeurtenissen, die cliënts perceptie van de eerlijkheid van het Marengo-proces
helaas slechts hebben bevestigd.

 

Press release by Mr. I.N.Weski

d.d. 7 January 2020

on: on the arrest and residence of my client Ridouan Taghi.

==

Following media reports about my clients defense and his whereabouts prior to his arrest in the UAE/Dubai, I note the following in order to prevent the continuation of apparently incorrect media coverage.

In media it was wrongly stated that my client would have confessed. My client has to date not even been questioned by the investigation team.

In the past months, several media apparently also wrongly noted, supposedly on the basis of sources within the Dutch prosecution/police, that my client had stayed as a fugitive under the protection of the authorities in Iran and even at one point stated that he stayed on an Iranian “glamour/ party” island. Those same media even apparently wrongly described all sorts of additional details about contacts with Iran.  However, as investigative findings after my clients arrest amongst other factors show, my client in reality has stayed in Dubai uninterrupted since December 25, 2016 and has not ever been in Iran.

It must therefore be concluded that this falsely proposed Iran connection in the media must have been de facto misleading information about my client towards third parties, such as the UAE.

Because of my clients seclusion in custody, I will not be able to comment on other recent events, which unfortunately only confirmed my clients original perception of the unfairness of his ongoing trial in the Netherlands.

 

Persbericht van mr. S. Splinter

d.d. 21 december 2019

inzake: aanhouding en verdenking van haar cliënte, zus N van Ridouan T.

==

Naar aanleiding van de berichtgeving in de media over de aanhouding en verdenking omtrent cliënte is haar verdediging genoodzaakt enkele hierin weergegeven onjuistheden recht te zetten en aan te kondigen dat een onderzoek zal worden gevraagd bij justitie naar de vergaand disproportionele wijze waarop zij is bejegend bij haar aanhouding.

Mijn cliënte wordt slechts verdacht van witwassen ten aanzien van een auto, welke verdenking cliënte betwist. Zij is afgelopen woensdag –na 2 dagen- alweer in vrijheid gesteld. Het is dus simpelweg onjuist, zoals in sommige media staat, dat zij ervan verdacht zou worden hand- en spandiensten ten aanzien van liquidaties te hebben verricht voor haar broer Ridouan. De verdediging betreurt het dat deze desinformatie over haar wordt verspreid.

Zowel cliënte als haar broer Ridouan zijn op dezelfde dag aangehouden waardoor ten onrechte de indruk wordt gewekt dat cliënte iets van doen heeft met de verdenkingen tegen Ridouan.

De aanhouding van cliënte heeft niet plaatsgevonden in haar woning zoals nu eveneens ten onrechte wordt vermeld in de media.

In werkelijkheid is zij samen met haar gezin klemgereden op de A2 door diverse politievoertuigen. De politie heeft met getrokken wapens cliënte en haar man uit de auto gehaald. Er werd gescholden naar cliënte en door de politie werd met een hamer op het dak van haar voertuig geslagen. Vervolgens zijn cliënte en haar man geblinddoekt naar het politiebureau gebracht. Dit gebeurde allemaal onder het oog van haar achtjarige zoon die achterin de auto zat.

De verdediging acht de wijze waarop cliënte is aangehouden, in het bijzijn van haar zoontje, in combinatie met de verdenking van witwassen in vergaande mate disproportioneel.

Onbegrijpelijk is voor de verdediging, dat kennelijk media zijn gewaarschuwd over een op handen zijnde doorzoeking in de woning van cliënte. Er was namelijk een filmploeg van de media aanwezig tijdens de doorzoeking. Er zijn allerlei persoonlijke details over cliënte, zoals een voornaam en een adres in de pers verspreid. Dit terwijl zij na haar aanhouding in beperkingen verbleef onder bijzonder brute omstandigheden.

Door deze werkwijze wordt een voor cliënte en haar gezin zeer grievend en onjuist beeld geschetst dat in de media een geheel eigen leven is gaan leiden.

In diverse media is bovendien ten onrechte gesteld, dat andere zussen van Ridouan zouden zijn aangehouden of zouden zijn gebruikt voor zijn criminele activiteiten. Uitsluitend cliënte is afgelopen dinsdag gehoord als verdachte op het politiebureau.

Verzocht wordt aan de media hun berichtgeving, na eventueel navraag bij het openbaar ministerie omtrent cliënte aan te passen.

 

Persbericht van mr I.N.Weski

d.d. 19 december 2019

inzake: aanhouding en overbrenging naar Nederland van cliënt R.Taghi.

==

Naar aanleiding van de aanhouding van cliënt in de VAE/Dubai afgelopen week en zijn uitzetting naar Nederland en de o. door het openbaar ministerie en andere overheidsdiensten naar buiten gebrachte mededelingen daarover in de pers, werd ik zodanig veel gevraagd om commentaar, dat ik voor de goede orde het volgende opmerk ter vermijding van misverstanden over het standpunt van de verdediging.

Ik begrijp, dat al geruime tijd tussen Nederland en de VAE/Dubai omtrent cliënt en diens aanhouding ten behoeve van Nederland overleg is gevoerd. Met Dubai bestaat  geen specifiek uitleveringsverdrag. De Nederlandse wet vereist voor uitlevering een onderliggende verdragsbasis.

Dergelijke uitleveringsverdragen worden historisch gezien afgesloten als de rechtssystemen enige gelijkwaardigheid kennen.

Slechts twee VN-verdragen worden soms als basis gebruikt voor uitleveringsverzoeken aan landen waarmee geen specifieke verdragsverhouding bestaat. Die twee VN-verdragen zijn echter in de zaken, die cliënt worden verweten niet zonder meer van toepassing.

Die situatie betekent, dat een land, zoals in dit geval Nederland zeer terughoudend had moeten zijn bij het vragen om opsporing of aanhouding van cliënt in de VAE/Dubai.

Ik heb echter vergeefs na cliënts aanhouding het openbaar ministerie gevraagd om de onderliggende stukken, zoals een uitleveringsverzoek. Ik had ook met klem gevraagd zorg te dragen in de contacten met Dubai voor de eerbiediging cliënts rechten daar. Cliënt lijkt te zijn aangehouden op basis van, zo het nu lijkt, Nederlandse informatie.

Ondanks al die besprekingen Nederland met Dubai en de acties daar ter aanhouding van cliënt ten behoeve van Nederland, zou echter uiteindelijk geen uitleveringsverzoek zijn ingediend, tegen welk verzoek cliënt dan immers verweer had kunnen voeren in Dubai.

Cliënt werd zelfs al binnen enkele dagen na zijn aanhouding uitgezet uit Dubai/VEA zonder dat, zoals ik begrijp, hem rechtsbijstand, consulaire bijstand of rechterlijke tussenkomst tegen die uitzetting werden geboden.

Opmerkelijk is daarbij, dat hoewel cliënt naast de Nederlandse ook de Marokkaanse nationaliteit bezit cliënt kennelijk niet naar Marokko mocht worden uitgezet, maar dat cliënt door Nederlandse verbalisanten met een blijkbaar speciaal daartoe door Nederland gehuurd en naar Dubai overgevlogen vliegtuig uit Dubai naar Nederland werd vervoerd.

Met name deze, maar ook nog andere gegevens, waarover ik nu niet kan spreken, vanwege de aan cliënt door het openbaar ministerie opgelegde beperkingen, doen mij concluderen, dat de schijn van een verkapte uitlevering zich hier aandient.

De internationaalrechtelijk afgesproken procedures ter waarborging van eerlijke processen met toegang tot een rechter lijken immers te zijn omzeild, waarbij Nederlandse ambtenaren cliënt tegen zijn wil in het door Nederland ingezette vliegtuig naar Nederland hebben vervoerd.

Mij is gevraagd door diverse media of dit als een ontvoering kon worden beschouwd. Ik heb toen gesteld, dat voor de leek, dat wel als zodanig het gevoel zou omschrijven, maar dat ik in juridische zin meen, dat de feiten in zodanig ernstige mate wijzen op een verkapte uitlevering, dat deze op hun gevolgen voor het Nederlandse proces zo spoedig mogelijk nader moeten worden onderzocht.

Met het voorgaande heb ik ter verheldering van het standpunt van de verdediging een reactie willen formuleren op de thans publiekelijk gevoerde discussies ten aanzien van cliënts komst naar Nederland.

Mede vanwege de nog geldende beperkingen voor cliënt zal ik vooralsnog geen nadere mededelingen doen.

 

Persbericht van mr I.N.Weski

d.d. 16 december 2019

Bij deze de mededeling dat mr. I.N. Weski heeft kennisgenomen van mediaberichten over een aanhouding van haar cliënt Ridouan T.

Vooralsnog geeft zij daarop in de media geen commentaar.

 

Persbericht van mr I.N.Weski

d.d. 17 oktober 2019

Inzake: procespositie cliënt Ridouan T in onderzoek Marengo

De verdediging heeft in het Marengo-proces moeten constateren, dat tot op heden nog geen begin van verdediging in de vorm van onderzoek naar de beschuldigingen mogelijk is geweest.

Al voor de recente dramatische gebeurtenissen rond mr.Wiersum  had ik de rechtbank aangekondigd ter zitting van 24 september 2019 het woord te willen voeren omtrent de procespositie van de verdediging, maar had dat in het licht van die gebeurtenissen uiteraard uitgesteld.

De verdediging heeft thans besloten de rechtbank haar standpunt schriftelijk mee te delen en niet nog een zitting af te wachten.

De verdediging heeft namelijk besloten om in het Marengo-proces de verdediging neer te leggen en heeft daarbij in een uitgebreid schrijven aan de rechtbank op de verdragsrechtelijke zorgplicht van de rechtbank gewezen om ook de belangen van een beschuldigde bij een eerlijk proces met een evenwichtige waarheidsvinding te waarborgen.

Voor alle duidelijkheid, het gaat hier niet om een breuk tussen cliënt en de verdediging, maar om een beslissing uitsluitend ten aanzien van het Marengo-proces in de situatie, dat hij niet in voorlopige hechtenis verblijft.

Al jaren is cliënt nota bene voorwerp van een publieke berechting zonder dat die situatie werd gecompenseerd door mogelijkheden van betwisting in het kader van een gerechtelijk strafproces.

De hoop daarbij was, dat met enige mate van voortvarendheid een verdediging zou moeten kunnen worden gevoerd na het uiteindelijk ontvangen van het overigens nog steeds incomplete dossier en het aanbrengen van de zaak tegen cliënt. Inmiddels wordt cliënt ook vanuit het openbaar ministerie  zonder reserve als schuldig gepresenteerd binnen dit en andere onderzoeken.

Helaas blijkt het proces tot op heden, zoals in veel van dit soort processen op dit moment, feitelijk geheel buiten de bemoeienis van de verdediging en de verdachten plaats te vinden.

Zoals ook ter zitting van 24 september jl. door de rechtbank werd gesteld, is nog steeds geen begin gemaakt met onderzoek van de kant van de verdediging.

Er is dus nog steeds geen sprake van een inhoudelijk strafproces.

Dit ten aanzien van  een dossier, dat in feite bestaat uit aan de ene kant een door het openbaar ministerie gepresenteerde selectie uit miljoenen van vermeende pgp-berichten, die tot op heden niet juridisch of technisch door de verdediging konden worden gecontroleerd.

Aan de andere kant baseert het openbaar ministerie zijn beschuldigingen tegen cliënt op verklaringen van een tot op heden niet door de verdediging bevraagde kroongetuige, die zich  nota bene steeds tegenspreekt en verwijst naar bronnen als documenten waar hij met de verbalisanten uit puzzelt, misdaadsites en geruchten.

De verdediging heeft inmiddels jaren lang vruchteloos gevraagd om een volledig dossier en het mogen onderzoeken van die berichten en van de verklaringen van de kroongetuige.

Hoe dan ook zijn de aard en omvang van de afspraken met de kroongetuige en dus de totstandkoming van de overeenkomst met de getuige, noch diens betrouwbaarheid tot op heden door de verdediging kunnen worden onderzocht, hoewel de noodzaak daartoe toch dringend is.

De kroongetuige zou al in januari 2017 gestart zijn met het afleggen van verklaringen, dus inmiddels ongeveer 2 ½  jaar geleden. Nog steeds wordt een deel van diens verklaringen onthouden aan de verdediging zonder dat het openbaar ministerie tot op heden hoeft aan te geven of en wanneer die feitelijke onthouding wordt opgeheven.

Inmiddels blijkt, dat pas mogelijk in januari 2020, dus dan zo’n 3 jaar na datum gestart wordt met een bevraging van de kroongetuige, die inmiddels, ondanks het bezwaar daartegen van deze verdediging, wel nog steeds buiten aanwezigheid van de verdediging werd bevraagd door het openbaar ministerie o.a., zoals uit de laatste verhoren uit juli 2019 blijkt, over hetgeen ter zitting door de verdediging aan de kroongetuige werd gevraagd waarna dan weer een nieuwe versie aan verklaringen verschijnt. Op die zitting mochten dan een paar vragen worden gesteld, maar weigerde de getuige veel vragen te beantwoorden, dan wel kwam hij met een nieuwe versie van gebeurtenissen.

De verdediging meent, dat inmiddels dan begin 2020 de reële kans bestaat dat de al geconstateerde gemankeerde verslaglegging en gelet op de kwaliteit van menselijke geheugenprocessen van verbalisanten en/of de kroongetuige, de herinneringen zich inmiddels met elkaar en met media/geruchten vermengd hebben tot een onontwarbaar labyrint aan waarheidsvinding.

Na jaren “publieke berechting inclusief naar media gelekte dossiers, verspreide desinformatie en zelfs diverse vormen van opruiing jegens cliënt” wil cliënt nog steeds de hoop en het vertrouwen hebben in de rechtbank om de regie te voeren over een kritisch voortvarend onderzoek naar de wettigheid, rechtmatigheid en forensische betrouwbaarheid van het onderzoeksmateriaal en van de kroongetuige. Hij wil dus dat dit onderzoek thans plaats vindt door de rechtbank buiten zijn aanwezigheid of die van zijn verdediging. Hij zal dus ook niet door enigerlei andere advocaat worden vertegenwoordigd.

De verdediging meent met andere woorden, dat inmiddels kennelijk moed nodig lijkt te zijn om in het licht van de parallelle publieke berechting recht te spreken.

Cliënt neemt de beslissing als daad van het willen tonen aan een ieder, die dit proces volgt, hoe sterk die zorg van de rechtbank voor een eerlijk en kritisch proces is.

Met dit persbericht meende de verdediging deze vergaande stap van de verdediging in dit Marengo-proces te moeten toelichten ter voorkoming van allerlei speculatie. Een beslissing om in feite het lot van cliënt in dit proces over te dragen aan de zorg van de rechtbank als wellicht lakmoestest voor de kracht van de rechtsstaat.

 

==