Persbericht van mr I.N.Weski

d.d. 17 oktober 2019

Inzake: procespositie cliënt Ridouan T in onderzoek Marengo

De verdediging heeft in het Marengo-proces moeten constateren, dat tot op heden nog geen begin van verdediging in de vorm van onderzoek naar de beschuldigingen mogelijk is geweest.

Al voor de recente dramatische gebeurtenissen rond mr.Wiersum  had ik de rechtbank aangekondigd ter zitting van 24 september 2019 het woord te willen voeren omtrent de procespositie van de verdediging, maar had dat in het licht van die gebeurtenissen uiteraard uitgesteld.

De verdediging heeft thans besloten de rechtbank haar standpunt schriftelijk mee te delen en niet nog een zitting af te wachten.

De verdediging heeft namelijk besloten om in het Marengo-proces de verdediging neer te leggen en heeft daarbij in een uitgebreid schrijven aan de rechtbank op de verdragsrechtelijke zorgplicht van de rechtbank gewezen om ook de belangen van een beschuldigde bij een eerlijk proces met een evenwichtige waarheidsvinding te waarborgen.

Voor alle duidelijkheid, het gaat hier niet om een breuk tussen cliënt en de verdediging, maar om een beslissing uitsluitend ten aanzien van het Marengo-proces in de situatie, dat hij niet in voorlopige hechtenis verblijft.

Al jaren is cliënt nota bene voorwerp van een publieke berechting zonder dat die situatie werd gecompenseerd door mogelijkheden van betwisting in het kader van een gerechtelijk strafproces.

De hoop daarbij was, dat met enige mate van voortvarendheid een verdediging zou moeten kunnen worden gevoerd na het uiteindelijk ontvangen van het overigens nog steeds incomplete dossier en het aanbrengen van de zaak tegen cliënt. Inmiddels wordt cliënt ook vanuit het openbaar ministerie  zonder reserve als schuldig gepresenteerd binnen dit en andere onderzoeken.

Helaas blijkt het proces tot op heden, zoals in veel van dit soort processen op dit moment, feitelijk geheel buiten de bemoeienis van de verdediging en de verdachten plaats te vinden.

Zoals ook ter zitting van 24 september jl. door de rechtbank werd gesteld, is nog steeds geen begin gemaakt met onderzoek van de kant van de verdediging.

Er is dus nog steeds geen sprake van een inhoudelijk strafproces.

Dit ten aanzien van  een dossier, dat in feite bestaat uit aan de ene kant een door het openbaar ministerie gepresenteerde selectie uit miljoenen van vermeende pgp-berichten, die tot op heden niet juridisch of technisch door de verdediging konden worden gecontroleerd.

Aan de andere kant baseert het openbaar ministerie zijn beschuldigingen tegen cliënt op verklaringen van een tot op heden niet door de verdediging bevraagde kroongetuige, die zich  nota bene steeds tegenspreekt en verwijst naar bronnen als documenten waar hij met de verbalisanten uit puzzelt, misdaadsites en geruchten.

De verdediging heeft inmiddels jaren lang vruchteloos gevraagd om een volledig dossier en het mogen onderzoeken van die berichten en van de verklaringen van de kroongetuige.

Hoe dan ook zijn de aard en omvang van de afspraken met de kroongetuige en dus de totstandkoming van de overeenkomst met de getuige, noch diens betrouwbaarheid tot op heden door de verdediging kunnen worden onderzocht, hoewel de noodzaak daartoe toch dringend is.

De kroongetuige zou al in januari 2017 gestart zijn met het afleggen van verklaringen, dus inmiddels ongeveer 2 ½  jaar geleden. Nog steeds wordt een deel van diens verklaringen onthouden aan de verdediging zonder dat het openbaar ministerie tot op heden hoeft aan te geven of en wanneer die feitelijke onthouding wordt opgeheven.

Inmiddels blijkt, dat pas mogelijk in januari 2020, dus dan zo’n 3 jaar na datum gestart wordt met een bevraging van de kroongetuige, die inmiddels, ondanks het bezwaar daartegen van deze verdediging, wel nog steeds buiten aanwezigheid van de verdediging werd bevraagd door het openbaar ministerie o.a., zoals uit de laatste verhoren uit juli 2019 blijkt, over hetgeen ter zitting door de verdediging aan de kroongetuige werd gevraagd waarna dan weer een nieuwe versie aan verklaringen verschijnt. Op die zitting mochten dan een paar vragen worden gesteld, maar weigerde de getuige veel vragen te beantwoorden, dan wel kwam hij met een nieuwe versie van gebeurtenissen.

De verdediging meent, dat inmiddels dan begin 2020 de reële kans bestaat dat de al geconstateerde gemankeerde verslaglegging en gelet op de kwaliteit van menselijke geheugenprocessen van verbalisanten en/of de kroongetuige, de herinneringen zich inmiddels met elkaar en met media/geruchten vermengd hebben tot een onontwarbaar labyrint aan waarheidsvinding.

Na jaren “publieke berechting inclusief naar media gelekte dossiers, verspreide desinformatie en zelfs diverse vormen van opruiing jegens cliënt” wil cliënt nog steeds de hoop en het vertrouwen hebben in de rechtbank om de regie te voeren over een kritisch voortvarend onderzoek naar de wettigheid, rechtmatigheid en forensische betrouwbaarheid van het onderzoeksmateriaal en van de kroongetuige. Hij wil dus dat dit onderzoek thans plaats vindt door de rechtbank buiten zijn aanwezigheid of die van zijn verdediging. Hij zal dus ook niet door enigerlei andere advocaat worden vertegenwoordigd.

De verdediging meent met andere woorden, dat inmiddels kennelijk moed nodig lijkt te zijn om in het licht van de parallelle publieke berechting recht te spreken.

Cliënt neemt de beslissing als daad van het willen tonen aan een ieder, die dit proces volgt, hoe sterk die zorg van de rechtbank voor een eerlijk en kritisch proces is.

Met dit persbericht meende de verdediging deze vergaande stap van de verdediging in dit Marengo-proces te moeten toelichten ter voorkoming van allerlei speculatie. Een beslissing om in feite het lot van cliënt in dit proces over te dragen aan de zorg van de rechtbank als wellicht lakmoestest voor de kracht van de rechtsstaat.

 

==